Titel: De Geschiedenis
Tatje

Als men de huidige (2002) verdeling van de naam Tatje over de Nederlandse kaart bekijkt is het al snel duidelijk dat er zich een drie- of viertal concentraties van de naam voordoen.
Bij nadere bestudering blijkt dat de concentratie Elburg en Zwolle eigenlijk als 2 verschillende takken van de familie Tatje moeten worden gezien (zie vervolg).
Natuurlijk zijn er een paar uitzonderingen.
.
Maar, over het algemeen gesproken valt het op hoe gebiedsgetrouw de familie Tatje gedurende een lange periode is gebleven.

De oorsprong ligt in Veendam. (zie hier voor een stukje geschiedenis van Veendam)
Omstreeks 1700 woont ene Hindrik Hindriks in Veendam en krijgt daar op 24-08-1710 een zoon die hij Hindrik Hindriks Tatje noemt. Waar dit Tatje vandaan komt is onbekend, mischien omdat zijn echtgenote of moeder een Tatje is (uit Duitsland?). De zoon Hindrik Hindriks Tatje trouwt in 1734 met Lammigjen Hindriks te Wildervank. Zij krijgen negen kinderen waarvan Jacob Hindriks de belangrijkste voor de stamboom wordt. Deze Jacob Hindriks wordt op 13-08-1751 geboren in Veendam en trouwt op 25-09-1776 met Claasje Geerts. Zij krijgen 6 kinderen. De laatste zoon is Jacob Jacobs Tatje en wordt op 15-01-1792 geboren te Appingendam. Hij huwt daar op 12-02-1815 met Hendrikjen Cornelis Smit. Vermoedelijk kort na hun huwelijk verhuizen zij naar Amsterdam, want daar wordt op 23 januari 1818 hun “eenig kind” zoon Cornelis Jacobs Tatje geboren. Het beroep van Cornelis Jacobs Tatje in Amsterdam is schilder en kaarsenmaker
Of hij voor of na zijn huwelijk in ±1840 met Johanna Wilhelmina Harijn naar Harderwijk verhuist is nog niet duidelijk, wel dat in Harderwijk zijn beroep visschersknecht is.
In 1845 heeft hij contact met Maria Hup in Elburg en verwekt bij haar een zoon (Hendrik, geboren 20 augustus 1845). Zijn vrouw, Johanna Wilhelmina Horrijn overlijdt in 1850. Kort daarop, in 1850, trouwt Cornelis Jacobs Tatje met Maria Hup en echt bij het huwelijk hun zoon Hendrik (en verklaart dat het zijn zoon is). Twee jaar later, in 1852, wordt hun tweede en laatste kind Hendrikus geboren.
Cornelis Jacobs Tatje is echter niet lang in Elburg gebleven. Bij het huwelijk van zoon Hendrikus in 1875 wordt vermeld dat hij “sinds een en twintig jaren de echtelijke woning en de Gemeente verlaten heeft zonder order op zijns zaken te hebben gesteld, terwijl in dien tijd geene tijding van zijn bestaan of verblijf is gekomen”.
Hieruit blijkt dus dat hij al in 1854, twee jaar na de geboorte van Hendrikus, is verdwenen. De reden van vertrek, noch de plaats waar naar toe, naar zijn bekend.

De Elburgse tak.
Nadat Cornelis Jacobs Tatje vanuit Amsterdam, via Harderwijk, naar Elburg is gekomen en daar trouwt met Maria Hup, breidt de familie Tatje zich aanzienlijk uit. De oudste zoon Hendrik trouwt met Johanna Hendrika Stoffer en zij krijgen 5 kinderen. Vier dochters en een zoon. Deze zoon wordt de stamvader van de Zwolse tak.
De tweede zoon Hendrikus wordt de stamvader van de rest van de familie Tatje. Hij trouwt met Hendrikje Sneller en zij krijgen (waarschijnlijk) 4 kinderen. Zeker zijn dat ze Marinus, Gerrit en Hendrikus krijgen.
Volgens Aleida Wilhelmina Tatje is er ook nog een andere zoon geweest, genaamd Jacob.
Deze zou volgens haar op ±19 jarige leeftijd in het leger zijn overleden aan “rooie loop” (dysenterie) . “Terwijl hij nog wel een hekel aan het leger had.” aldus Aleida Wilhelmina.Tot op heden hebben we echter niets over deze Jacob kunnen vinden.
Hendrikus sterft kort na de geboorte. Marinus wordt de stamvader van de Alphense en Zaanse tak.
Gerrit trouwt in 1907 met Jentje Smit. Zij gaan weliswaar gedurende korte tijd naar Alphen aan den Rijn (1911-1912) maar keren weer terug naar Elburg en blijven daar wonen en zorgen ervoor dat de Elburgse stam verder bloeit. Zij krijgen 8 kinderen waarvan er 3 vroegtijdig overlijden. Het verder in stand houden van de naam Tatje ligt in handen van de zonen Hendrikus en Aart. Aart krijgt twee dochters, waarmee de naam Tatje eindigt, maar Hendrikus zorgt met 3 zonen voor het in stand houden van de naam Tatje in en rond Elburg.

De Zwolse tak.
De 5 kinderen van Hendrik (geb. 20 augustus 1845) zijn allen in Elburg geboren. Dit lijkt er op te duiden dat zijn zoon Hendrik (geb. 15-01-1891) als eerste naar Zwolle is vertrokken en dus als stamvader van de Zwolse tak gezien moet worden.
Ergens in de periode 1860 – 1900 hebben de Zwolse tak en de Elburgse tak zich zo gescheiden dat zelfs de wetenschap dat deze takken familie van elkaar zijn is verdwenen. Tijdens ons eerste contact met Hendrik Tatje (geb. 27-10-1925) meende deze zeker te weten dat beide families niet verwant waren. Ook de visboer in Elburg meende te weten dat er twee families Tatje in Elburg woonden die niet verwant waren.
Hendrik (geb. 15-01-1891) krijgt 3 dochter en twee zonen waarvan slechts een zoon de volwassen leeftijd bereikt.
Deze zoon Hendrik (geb. 27-10-1925) krijgt 2 dochter, waardoor het einde van de Zwolse tak waarschijnlijk onvermijdelijk is.

De Alphense tak.
Marinus Tatje, van beroep vishandelaar te Elburg, trouwt op 21 jarige leeftijd op 4 december 1897 met Jannetta Johanna Aan 't Goor die een week na het huwelijk ook 21 wordt.
Hun eerste kind, Marinus, is dan al meer dan een jaar oud en wordt bij het huwelijk ge-echt.
Na Marinus worden ook Hendrikus, Gerritje, Hendrik, Eibertje en Heintje in Elburg geboren.
Broer Gerrit Tatje, getrouwd met Jentje Smit, verhuist op 1 maart 1911 naar Alphen aan den Rijn, waar een zus van Jentje woont.
Waarschijnlijk ter navolging daarvan verhuist ook het gezin Tatje - aan 't Goor op 30 maart 1911 vanuit Elburg naar Koudekerk.
De oudste zoon Marinus is dan 14 jaar oud, Hendrikus 10, Gerritje 7, Hendrik 5, Eibertje net 3 jaar en Heintje 3 maanden oud.
De reden waarom ze verhuizen is waarschijnlijk zoeken naar werk.
De manier waarop ze verhuizen is (nog) niet duidelijk, maar het lijkt er op dat ze met een boot (waarschijnlijk een botter) vanuit Elburg naar Koudekerk varen.
Wel is duidelijk dat ze in Koudekerk op een boot wonen.
Daar worden nog twee kinderen geboren, Jan in 1914 en Gerrit in 1918.
Vanaf 23 oktober 1919 komen er nog twee (pleeg)kinderen bij wonen n.l. nicht Christina van Roemburg en neef Eibert van Roemburg. Details hierover zijn hier te vinden.
In Alphen aan den Rijn ontmoet oudste zoon Marinus een meisje genaamd Marrigje van Varik. Zij trouwen op 3 mei 1923.
Hun eerste kind, traditie getrouw weer Marinus geheten, wordt op 27 maart 1924 geboren.
Ondertussen trouwt ook Gerritje op 19 oktober 1923 met Hendrik van Heemskerk.
Hoe die elkaar hebben leren kennen is (nog?) niet bekend. Hij komt uit Poederoijen (Gld.)
Kort daarna, op 28 juni 1924 (als dit klopt is het dus op de verjaardag van zoon Hendrikus), verhuist het gezin Tatje - Aan 't Goor weer, nu naar Koog aan den Zaan.
Marinus en Marrigje blijven in Alphen wonen en krijgen, na Marinus, nog 5 kinderen te weten: Neel, Andries (die net een half jaar geleefd heeft), nog een Andries, Jannetta Johannes (beter bekend als Joop) en Hendrikus.
Hiermee is de Alphense tak van het geslacht Tatje stevig gegrondvest.

De Zaanse tak.
De rest van het gezin verhuist dus naar Koog aan de Zaan, inclusief Gerritje en haar man die in Koudekerk getrouwd zijn.
Ze gaan met de boot waarop ze wonen. De naam van de boot is “Jannetta Johanna Nooitgedacht”
Om een idee van het gezin te krijgen, kun je je realiseren dat de leeftijden op dat moment zijn:
Vader Marinus is dan 48 jaar en moeder Jannetta Johanna bijna.
Hendrikus 24, Gerritje 21, Hendrik 18, Eibertje 16, Heintje 13, Jan 10 en Gerrit 6 jaar oud.
Overigens ging Eibertje niet onmiddelijk mee. (Misschien omdat ze dienstbode was?). Zij ging een maand later de familie achterna.
Waarom naar Koog aan de Zaan?
In de twintiger jaren is de werksituatie in Elburg zo slecht dat er een grote uittocht plaats vind.Uit overlevering van o.a. de Familie Aan ’t Goor vertrekt “een hele vloot botters”, het moeten er 5 of 6 geweest zijn, vanuit Elburg naar Zaandam, maar daar krijgen ze geen vergunning voor een ligplaats. Ze kwamen uiteindelijk in Koog aan den Zaan terecht. In de Boschjesstraat die op de gemeentegrens van Zaandam en Koog aan den Zaan ligt.
Vermoedelijk hoort de Koudekerkse familie Tatje hiervan en besluit ook daar naar toe te gaan.
Ook het gezin Tatje – aan ’t Goor meerde af in het water achter de Eendrachtstraat met hun woonschuit.
Hiermee is met 7 kinderen (waaronder 4 zonen) ook een stevige basis voor de Zaanse tak van het geslacht Tatje gelegd.


Echter...
Hiermee is het verhaal nog niet afgelopen. Bij de meeste mannelijke Tatjes worden namelijk meer dochters geboren dan zonen, waardoor op langere termijn het voortbestaan van de naam Tatje onzeker wordt.
Wat betreft de Elburgese tak van de familie, is alle hoop gevestigd op Hendrikus (18-05-1973) of Jan Steven (04-08-1967) en Tinie.
De Zwolse tak ziet er somber uit. Het is slechts een kwestie van tijd en de naam Tatje (van deze tak) is verdwenen.
Wat betreft de Alphense tak ziet het er voorlopig nog goed uit met meerdere (klein)zonen van Andries en Joop. Ook Hendrikus heeft een kleinzoon.
Ook de Zaanse tak heeft een klein wonder nodig om de naam Tatje hier voort te laten bestaan. Alleen Rene (17-02-1969) kan nog voor mannelijk nageslacht van de naam Tatje zorgen.


Datum:
Onderschrift:

Vergeet aub niet naar de Help Informatie te kijken, specifiek wat betreft bestand 0.HTLM